|
terug index
Het natuurreservaat
"Klaarkampermeer"
Beschrijving van het gebied
Het natuurreservaat "Klaarkampermeer", dat op ongeveer 4 km
ten zuidwesten van Dokkum ligt,
tussen Sibrandahus en Rinsumageest achter
de Klaarkampstermeermolen, dankt zijn naam aan het meer,
dat eertijds
lag bij het kloosterklaarkamp.
Zowel het klooster als het meer zijn verdwenen. Van het klooster resten
nog diverse goed herkenbare overblijfselen.
De grachtenen wallen tekenen zich nog in het terrein af en het puin herinnert
eveneens aan het vroegere gebouw.
Van het meer zijn nu allen nog een kleine, ondiepe plas en enige laaggelegen
graslanden overgebleven.
HET WATER
Het grootste gdeelte van het Klaarkampermeer
bestaat uit half-natuurlijke graslanden en uit brakwater-moeras.
Dat brakke karakter geeft het reservaat zijn bijzondere betekenis: ook
het meertje is zout tot brak.
Als het zomers droog genoeg is en de waterstand daardoor laag wordt, komen
boomstronken te voorschijn die dan door een laagje
zout wit uitslaan.
Het waterpeil wordt door een gemaal van het waterschap bij de molen in
het boezumwater gepomt.
De Klaarkampstermeermolen kan ook worden ingezet als het nodig is.
Op afspraak is de Klaarkampstermeermolen te bezichtigen. Molenaar G.T.J.Stockmann
0622296659
VEGETATIE
Tezamen met nog enkele kleinere ondiepe plasjes wordt het meertje
omgeven door een rietmoeras. Hier groeien vooral
plantensoorten uit de brakke milieus, zoals zeeaster, zeekraal en de zilte
rus.
Rond het rietmoeras gelegen deels zoete en deels brakke graslanden, zijn
tal van planten uit brakke milieus te vinden,
zoals melkkruid, schijnspurrie-
soorten, zeebies, aardbeiklaver en waterpunge.
De weidevogels
Het resrvaat is zeer
vogelrijk. Van de weidevogels broeden de kievit, grutto, tureluur, kemphaan,
scholekster en verder soorten als slobeend, veldleeuwerik, gele kwikstaart,
graspieper, zomertaling en kuifeend.
Bijzonder is het broedvoorkomen van
kluut en visdief. In de trektijd zijn er ruitersoorten, snippen, eenden
en ganzen.
Foerageerende lepelaars worden vrijwel el jaar gezien.
HET BEHEER
Met uitzondering van het moeras-deel en de directe omgeveing daarvan,
worden alle graslanden verpacht aan veehouders uit de buurt.
Zij houden
zich aan de late maaidatum (22 Juni en 1 Juli) en scharen lage dichtheden
jongvee in.
Het natte moerasdeel wordt door het Staatsbosbeheer in eigen beheer en
met aangepaste machines gehooid.
DE TOEGANKELIJKHEID
Alleen in de broedtijd is het reservaat voor bezoekers gesloten (15 april
tot 15 juni). De nodige rust voor broedende en
foeragerende vogels wordt ondersteund door paalrecht van de nabijgelegen
eendenkooi waarbinnen het reservaat ligt.
terug
index
|